Algemene beschouwingen begroting 2026
We staan op het punt om te besluiten over de eerste begroting van de volgende raadsperiode. Over je graf regeren wordt meestal gezien als een slecht idee. En toch is regeren vooruitzien. En dat vraagt nu, onze verantwoordelijkheid voor de begroting van 2026.
De vlag hangt er niet goed bij. Want er ligt een begroting waarin flink gesneden wordt in onze financiën. Waarmee gesneden wordt in de dienstverlening aan onze inwoners, ondernemers en verenigingen, met hogere lasten. En dat vraagt ook behoorlijk wat van onze organisatie en samenwerkingspartners.
Een uitvoering van keuzes die we grotendeels al in juli met de kadernota hebben gemaakt.
Ondanks de ombuigingen ga ik in op drie positieve punten. Daarna deel ik drie punten die de aandacht van onze fractie hebben. En hopelijk ook die van het college.
De positieve punten.
Om te beginnen het proces. Er wordt maar beperkt afgeweken van de kadernota. Complimenten aan het college daarvoor. Dat zegt iets over het grondige proces om tot dit pakket maatregelen te komen. Prettig is ook de transparante informatie, over de toets van deze begroting bij onze toezichthouder, de Provincie.
Als tweede staan we positief tegenover het versnellen van de maatregelen voor het verlagen van de zorgvragen. En de bijbehorende investeringen binnen het sociaal domein . Inzet op preventie, normaliseren van omzien naar elkaar, versterken van de sociale basis en zorg voor jeugd zijn belangrijke fundamenten voor welzijn van mensen in Overbetuwe op de lange termijn. En voor grip op onze financiën in de toekomst.
Ons derde positieve punt is relatief. We zijn namelijk “blij” met het schrappen van het ingroeipad voor de verhoging van de OZB . Ik zeg “blij”, want een verhoging van 20,5% is natuurlijk voor niemand leuk. Bij behandeling van de kadernota heb ik aangegeven, dat er wat ons betreft nog ruimte was voor een verdere stijging van de OZB; indien nodig en in plaats van verder besparen op zorg voor mensen. Geen populaire uitspraak. Wel eerlijk. In de begroting lezen we dat de woonlasten voor een gemiddelde eigenaar en bewoner in Overbetuwe in 2025 de op vier na laagste in provincie Gelderland is, en op veertig na laagste in Nederland . Dat is in zichzelf geen reden voor verhoging van de OZB. Maar het geeft wat ons betreft wel aan dat daar ruimte zit. Jaren geleden heette het vinden van ombuigingen in deze raad “schatgraven”. Nog steeds toepasselijk om in tijden van schaarste overal te moeten zoeken naar besparingen. Maar het vinden van een schat in een straffe verhoging van de OZB is door niemand gewenst. Wel nodig om als gemeente financieel gezond te blijven.
Dan onze aandachtspunten.
Eerst de realisatie van de ombuigingen. In de 2e bestuursrapportage over 2025, heeft het college gerapporteerd over de voortgang van de ombuigingen tot nu toe. Heel fijn, want dat geeft inzicht. Ruim 70% van de ombuigingen ligt op koers. Van iets minder dan 30% is het nog onduidelijk of dit volledig wordt gerealiseerd . De ombuigingen in 2026 komen daar bovenop. Dat vraagt in de uitvoering wat van de organisatie. In de bestuursrapportage werd ook gemeld dat €1,1 miljoen taakstelling op jeugdzorg uit de begroting van 2022 niet realiseerbaar is. En in de begroting van 2026 lezen we een risico-inschatting van €1,6 miljoen voor het niet halen van de ombuigingen in 2026 . We horen naar aanleiding van deze punten graag een reflectie van het college over de uitvoerbaarheid van alle taakstellingen, vanaf 2025.
Eerder hebben we aandacht gevraagd voor de monitoring van de maatregelen. Het college is voornemens om daar twee keer per jaar via de bestuursrapportages over te rapporteren. Efficiënt om dit zo te koppelen. Wij vragen ons echter af of twee keer per jaar voldoende is. Ook omdat de niet te realiseren ombuiging uit 2022 de afgelopen jaren toch wel van de radar is verdwenen. We horen graag de overwegingen van het college om voor deze frequentie te kiezen en hoelang het college voornemens is om dit te blijven doen.
Dan, als laatste aandachtspunt, de ontwikkeling van de algemene reserve . Er wordt dit keer €3,3 miljoen uit de algemene reserve gehaald . Daar komt, als ik het goed begrijp, tot 2029 de extra belasting van drie keer €250.000 nog bovenop door het wegvallen van de structurele post WOZ-maatstaf . Een technisch iets waarvan het voor ons nog steeds redelijk onduidelijk is hoe dat nou precies zit en werkt. Ook omdat onze technische vraag daarover niet echt beantwoord is. In voorgaande jaren hebben we regelmatig onze zorgen geuit over de inzet van de algemene reserve; wat net als ons spaargeld thuis, geen onuitputtelijke bron is. Uitgangspunt 3 in de begroting is “Structurele lasten worden met structurele baten gedekt”. Technisch gezien zijn het allemaal incidentele tekorten. Maar voor ons klinkt drie jaar incidenteel tekort dekken uit de algemene reserve als een incidentele dekking voor een structureel begrotingstekort. We horen graag of het college richting kadernota 2027 het voornemen heeft om voor het extra tekort door het wegvallen van de ombuiging WOZ-maatstaf in 2027 en 2028 een andere dekking te zoeken. En wat daarvoor de overweging is. Om een bijdrage te leveren aan een betere begrotingsdiscipline, hebben we met veel overtuiging motie 2 samen met D66 opgesteld.
Ik ga afronden. Regeren is vooruitzien. En zoals aangegeven bij de behandeling van de kadernota in juli, moet de broekriem strakker. Het gaat vanavond veel over de grote verhoging van de OZB. Maar ook alle andere maatregelen zijn voor niemand prettig. Het vraagt een bijdrage van iedereen. En we hopen dat door deze maatregelen de vlag er bij kadernota 2027 een stukje beter bij hangt.